‘We hebben boeren nodig om resultaat te behalen in de uienteelt’

Een rendabele uienteelt en een sterke exportpositie. Dat is het doel van het ketenbrede uienonderzoek Uireka, dat alle schakels van de uiensector vertegenwoordigt. “We doen dit om de uienteelt ‘volhoudbaar’ te houden”, zegt stuurgroepvoorzitter Gijsbrecht Gunter.

Het 9-jarige Uireka, met zo’n 80 ketenpartners waaronder nu ook BO Akkerbouw fors meefinanciert, is aan het vierde traject begonnen. Uireka 4 duurt vier jaar en kent iets andere financieringsstromen dan voorheen, over meerdere PPS’en, waardoor er totaal zo’n € 6,5 miljoen budget is. Maar wat hetzelfde blijft is dat de onderzoeken praktijk gestuurd zijn en de deelnemers bepalen wat wordt onderzocht. Hierdoor evolueren de onderwerpen mee met de tijd.

Uireka is opgericht vanuit de koprotproblematiek in teeltjaar 2015. “Onafhankelijk ketenbreed onderzoek bestond toen niet meer in de sector”, schetst Gijsbrecht het kader. “Dus zijn we er zelf mee begonnen. De zaadhuizen legden 2 euro per pak uienzaad in, de handel deed een duit in het zakje en meerdere ketenpartners zetten de schouders eronder. Met succes, mag ik wel zeggen! We hebben een BOS (beslissingsondersteunend systeem) ontwikkeld en sindsdien is koprot onder controle zeg ik weleens gekscherend (lacht). Maar: elk seizoen is anders, dus je moet de vinger aan de pols houden met structureel diepgravend onderzoek. Niet steeds achter andere problemen aan hollen.”

‘Elk seizoen is anders, je moet de vinger aan de pols houden’

HLB/de Groene Vlieg is op diverse manieren bij Uireka betrokken. Zo zijn we afgelopen winter  begonnen met het uitvoeren van de door Uireka ontwikkelde fusariumtoets. En de Steriele Insecten Techniek (SIT) is al jarenlang een voornaam onderwerp, omdat er verder weinig te doen is tegen de plaag uienvlieg. Ook op thema’s als trips en ritnaalden dragen we graag bij aan oplossingen. Gijsbrecht: “Heel wat jaren geleden hield HLB-ceo Janny Peltjes op de LNCN-uiendag in de Meerpaal in Dronten een verhaal over steriele vliegen. Dat heeft echt een olievlekeffect gehad; steriele plaaginsecten als vervanging voor de wegvallende chemie. Het één kan niet zonder het ander, het is een geïntegreerd beheerssysteem. En je hebt boeren nodig om resultaat te behalen. Ook hier geldt dat gezamenlijke inzet de weg is naar succes.”

Investeren in de uienteelt

Het probleem in de aanloop naar dit seizoen is de investeringsbereidheid. Deze is lager dan normaal door de lage uienprijzen. De uienmarkt is een vrije markt en afhankelijk van oogsten elders in de wereld. Tegelijk blijven de kosten maar stijgen. “Om te kunnen investeren in je bedrijf heb je over de jaren heen een goede prijs nodig”, weet Gijsbrecht. “Die moet de handelaar kunnen betalen en daarvoor moeten we een goede wereldwijde exportpositie hebben. Kortom: alle schakels in de keten hebben investeringsmogelijkheden nodig om een kwalitatief goed product in de markt te kunnen zetten waarmee weer meer financiële ruimte komt.”

Het is een vliegwiel in een uitdagende omgeving. “Op een teler komt best veel af; meer ziektedruk, lagere opbrengsten, hogere risico’s wat betreft bijvoorbeeld weersextremen en een wegvallend middelenpakket. Uien zijn vaak een belangrijk onderdeel binnen het bouwplan van een akkerbouwbedrijf. De kers op de taart, die belangrijk is voor het totaalplaatje van het bedrijf. Innovatie is nodig om dat te behouden. Slimme keuzes maken om kosten te beperken. De kostprijs van een hectare uien is in 10 jaar tijd van 4 a 5 naar 8 tot 9 duizend euro gestegen. Dat betekent dat telers kritisch moeten zijn op hun uitgaven. Met 60 ton per hectare praat je al snel over een kostprijs van 15 cent per kilo en veel telers halen de 60 ton helaas niet eens.”

SIT hoort in je gereedschapskist

De SIT is onderdeel van de gereedschapskist van een uienteler, stelt Gijstbrecht beeldend. “Ook richting de maatschappij is de SIT relevant; het laat zien dat je je milieu voetafdruk zo klein mogelijk maakt. Helaas wordt een product met lage milieu voetafdruk nog niet echt uitbetaald. Het is vooral een eis die gesteld wordt om te kunnen leveren en dat is jammer, want als de consument dit wil dan zou het logisch moeten zijn dat ze daarvoor ook willen betalen. Als het loont, leidt het tot rendement voor de teler. Het loont natuurlijk ook als je je opbrengst en leveringszekerheid veilig stelt, maar er zou ook daadwerkelijk een hogere meeropbrengst moeten zijn voor uien met een lage milieu voetafdruk. Dat missen we nu nog.”

Insecten: heet hangijzer

Insecten blijven sowieso een heet hangijzer, verwacht Gunter. “Door klimaatverandering en het krappere pakket gewasbeschermingsmiddelen neemt de druk toe. Bovendien bouwen insectenpopulaties zich over de seizoenen heen op. Ook zie je tegenwoordig jaarrond uien op het veld staan. Samen met afvalstromen vraag ik mezelf weleens af of dat effect heeft op ziekteontwikkeling. Je ziet insectendruk echter ook buiten de akkerbouw, zoals de tijgermug en Aziatische hoornaar die meer en meer overlast geven. Bijna de helft van het onderzoeksbudget gaat naar insectenonderzoek en weer de helft daarvan naar uien- en bonenvlieg.”

Geïntegreerde gewasbescherming is toekomst

Wat Gijsbrecht de laatste jaren in elk geval helder is geworden is: geïntegreerde gewasbescherming is de toekomst. Dus niet alleen in het onderzoek moet je de handen ineen slaan; ook in de oplossingen. Dat gebeurt binnen Uireka. “In het begin was het aftasten tussen concurrenten die ineens bij elkaar aan tafel zaten. Nu hebben we de juiste mensen te pakken die samen de grootste en meest unieke uiengemeenschap ter wereld vormen. De hele sector werkt inhoudelijk samen.” Alleen de slag  naar de praktijk is nog weleens lastig te maken. Telers lezen bijvoorbeeld doorgaans geen rapportverslagen. Daarom is de Uireka Academy in het leven geroepen. Hierin worden erfbetreders voorzien van de laatste wetenschappelijke informatie in een praktisch jasje, die zij naar de boer brengen. “Partners kunnen gratis gebruik maken van deze Uireka Academy, hetzij in-company of op een (proefveld)locatie. Zo bereiken we indirect de telers op een effectieve manier.”

Bouwen aan sterke uiensector

Zo bouwen ketenpartners aan een sterke uiensector, die tegemoet komt aan de nog altijd groeiende wereldwijde vraag naar uien. “Jaarlijks (re-)exporteren we 1,2 tot 1,5 miljoen ton uien, dankzij onze groeiende arealen en innovaties op zowel logistiek gebied als teelttechniek. Ook komen uien steeds vaker uit België, Duitsland en Frankrijk, daarvoor moeten we onze ogen niet sluiten. Digitalisering en AI zet ook door. Zo zijn camera’s bij verwerkers niet meer weg te denken en zetten telers steeds meer in op geïntegreerde gewasbescherming en nieuwe teelttechnieken zoals het telen op ruggen, het gebruik van irrigatie en/of fertigatie, beslissingsondersteunende systemen en combinaties van groene middelen en reguliere.”

‘We laten twee derde van de oogst nog liggen’

“Ik zeg weleens uitdagend: ‘We laten nog twee derde liggen van de oogst en daar moeten we hard aan werken door de puntjes op de i te zetten; immers, als we van de 3,8 eenheden elk zaadje ten volle benutten, de ui in de watten leggen, zodat we ons kunnen richten op de maat 60 tot 80 millimeter, dan oogst je 150 ton uien per hectare’. Dat is het ideaalplaatje waaraan we werken, op een duurzame manier.”

Meer weten over hoe HLB/de Groene Vlieg kan helpen bij een gezonde uienteelt? Neem contact op met de adviseur in jouw regio!